Steeds meer gemeenten zoeken naar een effectieve manier om het geo-beheer onder de Omgevingswet vorm te geven. Daarbij rijst al snel de vraag: is er een voorkeurscenario dat voor alle gemeenten geschikt is?
Het korte antwoord: nee. De juiste inrichting hangt af van een combinatie van inhoudelijke, organisatorische en technische factoren. Hierdoor is het kiezen van het juiste scenario in de praktijk vaak minder eenvoudig dan het lijkt.
In dit artikel bespreken we de belangrijkste overwegingen die gemeenten helpen bij een passende inrichting van het geo-beheer.
Kleine gemeenten hebben meestal minder initiatieven tegelijkertijd, waardoor het geografische speelveld overzichtelijker is. Het beheer van meerdere werkingsgebieden is dan eenvoudiger te organiseren. Voor deze gemeenten kan geo-beheer grotendeels binnen de plansoftware plaatsvinden, eventueel aangevuld met een beperkt beheerbestand in bijvoorbeeld Excel of een eenvoudige (geo)database. Grotere gemeenten daarentegen hebben te maken met meer dynamiek en complexiteit, waardoor vaak een robuustere en uitgebreidere geo-beheeromgeving nodig is.
Inwoners moeten duidelijk kunnen zien waar regels van toepassing zijn. Maar hoe ver ga je daarin?
De gewenste dienstverlening heeft daarmee een directe invloed op de inrichting van geo-beheer.
De inrichting van geo-beheer hangt sterk af van de beschikbare expertise en middelen, vooral nu gemeenten onder de Omgevingswet meer objectgericht moeten werken. Gemeenten met voldoende GIS-kennis en middelen kunnen bijvoorbeeld koppelingen leggen tussen locaties uit de Omgevingswet en bestaande geodatabronnen, of kunnen versiebeheer in een geodatabase regelen. Bij beperkte middelen kan een eenvoudiger geo-scenario vaak een verstandiger keuze zijn, waarbij de focus ligt op de meest essentiële gegevens en processen.
Hoewel de plansoftware een belangrijke rol speelt, wordt de geometrie van werkingsgebieden vaak in CAD- of GIS-systemen getekend en vervolgens ingeladen in de Plansoftware. De mogelijkheden van software bepalen:
Omdat software continu in ontwikkeling is, is het belangrijk om op de hoogte te blijven van nieuwe functionaliteiten, actief verbeterpunten bij de leverancier aan te dragen en contact te onderhouden met andere gemeenten die dezelfde software gebruiken.
De conclusie: geen standaardscenario, wel een onderbouwd advies
Door al deze factoren en aanvullende overwegingen samen te brengen, kunnen we vanuit Geon een gemeente een onderbouwd advies geven voor de optimale inrichting van het geo-beheer. Dit vraagt om een zorgvuldige analyse.
Daarnaast is het essentieel dat de gemeente zelf vooraf juridische en beleidsmatige keuzes heeft gemaakt, zoals de opzet van omgevingsdocumenten, de transitiestrategie en het gewenste niveau van dienstverlening. Deze keuzes beïnvloeden het geo-proces. Wij kunnen laten zien hoe deze keuzes doorwerken in het geo-beheer, zodat gemeenten een scenario kunnen kiezen dat goed aansluit bij hun situatie.